Teksten Rosa da Silva

Voordracht Rosa da Silva

Hieronder de voordracht van Rosa da Silva tijdens de herdenking 2015:

Wat geweest is, is geweest, en is niet meer,

reeds is dat jaar en dat uur voorbij,

hoe snel vervliegt het jonge geluk,

Wat geweest is, is geweest, en voorbij.  

Dit zijn een paar zinnen uit het Jiddische lied ‘Wos Geween Is Geween’, waarmee ik zal gaan afsluiten, samen met violist Oene van Geel. Maar eerst wil ik u fragmenten uit Het Achterhuis van Anne Frank voordragen. Ik blijf het zo bijzonder vinden hoe haar verhaal mensen over de hele wereld kan inspireren en hoe actueel ze nog zijn.

Lieve Kitty,

Ik kan me helemaal niet voorstellen dat de wereld voor ons ooit weer normaal wordt. Ik spreek wel over ‘na de oorlog’, maar dan is dat alsof ik over een luchtkasteeltje spreek, iets wat nooit werkelijkheid kan worden.

(maandag 8 november 1943)

Ik heb een gevoel als een zangvogel, die z’n vleugels hardhandig uitgerukt zijn en die in volslagen duisternis tegen de spijlen van zijn nauwe kooi aan vliegt. ‘Naar buiten, lucht en lachen!’ schreeuwt het in me. Ik antwoord niet eens meer, ga op een divan liggen en slaap om de tijd, de stilte, de verschrikkelijke angst ook, te verkorten, want te doden zijn ze niet.

(vrijdag 29 oktober 1943)

Rijkdom, aanzien, alles kan men verliezen, maar het geluk in je eigen hart kan alleen versluierd worden en zal je altijd, zolang als je leeft, weer gelukkig maken. Zolang je onbevreesd de hemel aan kunt kijken, zo lang weet je dat je zuiver van binnen bent en dat je toch weer gelukkig zult worden.

(woensdag 23 februari 1944)

Zoals je je zeker wel kunt indenken wordt hier vaak in vertwijfeling gezegd: ‘ Waarvoor, o waarvoor dient nu de oorlog, waarom kunnen de mensen niet vreedzaam met elkaar leven, waarom moet alles verwoest worden?’

Ik geloof nooit dat de oorlog alleen van de grote mannen, van de regeerders en kapitalisten komt. O nee, de kleine man doet het net zo graag, anders zouden de volkeren er toch al lang tegen in opstand zijn gekomen! Zolang de mensheid, zonder uitzondering, geen grote metamorfose heeft ondergaan, zal de oorlog woeden.

(woensdag 3 mei 1944)

Het is een groot wonder dat ik niet al m’n verwachtingen heb opgegeven, want ze lijken absurd en onuitvoerbaar. Toch houd ik ze vast, ondanks alles, omdat ik nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mensen geloof. Het is onmogelijk alles op te bouwen op de basis van dood, ellende en verwarring. Ik zie hoe de wereld langzaam steeds meer in een woestijn herschapen wordt, ik hoor steeds harder de aanrollende donder, die ook ons zal doden, ik voel het leed van miljoenen mensen mee, en toch, als ik naar de hemel kijk (muziek: viool)

denk ik, dat dit alles zich weer ten goede zal wenden, dat ook deze wreedheid zal ophouden, dat er weer rust en vrede in de wereldorde zal komen. Ik moet m’n denkbeelden hoog en droog houden, in de tijden die komen zijn ze misschien toch nog uit te voeren!

(zaterdag 15 juli 1944)