noraly 1 van 1-3

Gedichten Noraly Beyer

Noraly Beyer droeg gedichten voor van Albert Helman en Willem Wilmink

 

 

 

 

Vandaag is het 25 februari. Hier in Amsterdam herdenken we de Februaristaking van 1941. Het toeval wil dat 25 februari ook gedenkwaardig is in Suriname. 33 jaar geleden, op 25 februari 1980, grepen militairen daar de macht. Het was het begin van politiek geweld dat op 8 december 1982, escaleerde in de moord op 15 mannen die de moed hadden gehad om zich te verzetten tegen de militaire dictatuur. De moorden zijn nooit berecht, en nu is de hoofdverdachte de president van het land.

De Surinaams-Nederlandse schrijver Albert Helman heeft zich altijd verweerd tegen onrecht, of het nu in Suriname was, in Spanje of in Nederland. In de Tweede Wereldoorlog werd hij door de Duitsers gezien als een destructeur-schrijver. Onder pseudoniemen als Nietsche, Joost van den Vondel en N. Slob schreef hij verzetsgedichten. Toen er in 1944 in de buurt van het Weteringplantsoen 30 verzetsstrijders in het openbaar werden gefusilleerd schreef hij dit gedicht.

Niemand sprak; geen kreet, geen kreunen,
zelfs geen ademtocht,
alleen ‘t bevel tot opmarcheren
in een vreemde taal,
nog harder dan de schoten,
en wat tuimelende echo’s langs de kade.

Zwijgend is daarop het volk uiteengegaan;
de doden lagen op een grote hoop – en ik,
ik denk zo menigmaal:
zij zijn niet heengegaan,
de ongenoemden, die toch elk een naam,
een lot, een hoop, een sprankje toekomst waren.
Neen, ze zijn niet heen;
in elk van ons sloeg
dóór
wat uit hun lijf die kleine kogel joeg,
een bliksemflits gelijk,
aan wijsheid, aan gelatenheid,
aan levenswil ook, aan besef
van wat dit broze, lieve leven is,
en wat de vrijheid.

In februari 1941 hielden de Duitsers hun eerste grote razzia in de Amsterdamse Jodenbuurt.  Op het Jonas Daniël Meijerplein werden de gearresteerde Joden bijeen gedreven. Het was de directe aanleiding voor de Februaristaking op 25 februari.

Er is een foto van deze razzia waarop je ziet dat een Joodse man achterna gezeten wordt door Duitse soldaten. Toen schrijver en dichter Willem Wilmink deze foto zag,  schreef hij dit gedicht.

Een foto

Van die razzia’s zijn foto’s
Jonas Daniël Meijerplein
waar de Duitse militairen
joden aan het treiteren zijn

Een bange man
met keurige schoenen,
lange jas en vlinderdas
wordt over het plein gedreven,
of het daar een veemarkt was

Kijk, daar staan drie Duitse soldaten
met een spottend lachje bij
en daar kijkt een vierde Duitser
misschien toch beschaamd, opzij

Stel je voor, je zag die foto
van de man met vlinderdas
en je zou opeens ontdekken
dat het je eigen vader was

Soms moet ik er ook aan denken
hoe het die andere zoon vergaat
die ontdekte, kijk mijn vader
is die lachende soldaat