Namens het Comité Herdenking Februaristaking 1941 en het Gemeentebestuur van Amsterdam heet ik u welkom. Mijn naam is Jaïr Stranders en ik ben voorzitter van het comité. Wij verzamelen ons hier ieder jaar op 25 februari in een kring rondom de Dokwerker ter nagedachtenis aan alle mensen die – vandaag 84 jaar geleden – de moed hadden om in verzet te komen tegen de nazi’s en tegen de onrechtmatige behandeling van hun Joodse stadgenoten. Vele Amsterdammers en de dag erna ook arbeiders in andere gemeenten, zoals Zaandam, Utrecht en Hilversum, staakten en kwamen in opstand in navolging van de initiatiefnemers en organisatoren van de CPN.
De stakers van toen – CPN’ers, arbeiders, kassières, studenten – hadden in die februarimaand van 1941 de juiste verontwaardiging en de rechtschapenheid in opstand te komen tegen een fascistisch en antidemocratisch regime, dat in dit land in de jaren na de staking pas in volledigheid zijn moorddadige tanden liet zien. Deze daadkracht moesten velen met gevangenisstraf en sommigen met hun leven bekopen.
De Februaristaking – zoals deze unieke massale opstand is gaan heten – was een grootse reactie op de eerste gewelddadige razzia op bijna 400 weerloze jonge Amsterdamse Joodse mannen het weekend ervoor, op en rond dit plein. Maar zoals gezegd, de staking kon alleen niet de daadwerkelijke vervolging van de 140.000 Nederlandse Joden die de jaren daarna plaatsvond voorkomen; uiteindelijk werd driekwart van hen vermoord. Ook Roma en Sinti, communisten, mensen uit het verzet en zij die onderduikers in huis namen werden in de oorlogsjaren vervolgd, vaak gevolgd door moord.
Het stelselmatig stigmatiseren van mensen in de samenleving om hun etniciteit, geloof, politieke voorkeur of seksuele geaardheid was een van de voedingsbodems voor de fascistische ideologie van het nationaalsocialisme, die in de jaren ’30 in ons buurland Duitsland en ook in andere Europese landen op kon komen en aan de macht kwam, met ongekend gruwelijke gevolgen. Deze herdenking is naast het eren van de stakers van toen daarom ook een aansporing om waakzaam te blijven voor én strijdbaar te zijn tegen hedendaagse vormen van antisemitisme, intolerantie, uitsluiting en discriminatie.
Kijkend naar de ontwikkelingen in de wereld om ons heen – zowel dichtbij als veraf – zijn deze waakzaamheid en strijdbaarheid meer dan geboden. Antidemocratische bewegingen komen meer en meer aan de macht en in tijden van symboolpolitiek, cancelculture en framing op sociale media, raakt onze open en pluriforme samenleving, aangewakkerd door de hardste schreeuwers, verdeeld in extremen. Om zelf niet te verharden kost veel uithoudingsvermogen, innerlijke kracht én zachtheid. Het vraagt om het rechten van je rug, zoals de Dokwerker hier in ons midden. En het vraagt ook om hoop. Om de overtuiging dat het devies ‘Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig’ – na de oorlog door koningin Wilhelmina om de Februaristaking aan het wapen van Amsterdam toegevoegd – misschien niet overeenkwam met de realiteit van de bezettingsjaren, maar wel de wens in zich bergt om – wanneer het moment daar is – bereid te zijn om je in solidariteit met anderen te verenigen en in actie te komen tegen onrecht; in je eigen stad, land of in de wereld.
Het geloof in daadkracht wanneer het erop aankomt gaat zeker ook de jonge generaties aan, die opgroeien in een tijd vol onzekerheid, onverdraagzaamheid en wereldwijde spanningen. Daarom besteedt het comité in verschillende projecten hier aandacht aan: met een voorstelling over een jonge verzetsvrouw, zojuist gedanst in een theater hier om de hoek door jonge vrouwen uit Hoorn, met de online graphic novel ‘De stad moet plat!’, met de film ‘De tram staakt’, met lessen op Amsterdamse scholen in samenwerking met de School der Poëzie en de Rode Loper op School. Daarom worden er hier en daar op het plein door jongeren wat gedichten voorgedragen en zijn zojuist de zelfgemaakte alternatieve ‘Dokwerkertjes’ uitgedeeld, waarmee straks door u de Dokwerker wordt omringd.
Ik heb het hier op dit plein al eens eerder met u gedeeld: zo’n 10 jaar geleden sprak ik in de tramremise aan de Lekstraat met oud-trambestuurder, Februaristaker, CPN’er en voormalig Amsterdamse wethouder Harry Verheij. Hij vertelde dat hij nooit zo goed snapte waarom wij hier ieder jaar met ons gezicht gedraaid naar de Dokwerker staan, alsof we terugkijken in de tijd. Zou het niet beter zijn, vroeg hij mij, om met de Dokwerker mee te kijken, de toekomst in, met een rechte rug klaar te staan voor die momenten waarop wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen voor onze samenleving? Ik wil u daarom allemaal vragen een moment zo te draaien dat we samen met de Dokwerker kijken naar wat er op ons afkomt. We moeten elke dag weer pal staan voor de rechtsstaat, democratie en mensenrechten, in binnen- en buitenland. Deze zaken mogen niet vanzelfsprekend zijn. Maar in deze strijd mogen we elkaar niet uit het oog verliezen. We moeten ons ervoor blijven inspannen de menselijkheid in de ander te herkennen en erkennen. Daarmee doen we de stakers van toen, vandaag en in de toekomt het meest recht. U kunt weer terugdraaien. Dank u wel!
Na mij spreekt journalist en schrijver Sheila Sitalsing. Vervolgens draagt schrijver en dichter Marjolijn van Heemstra een voor de gelegenheid geschreven gedicht voor. Tot speelt en zingt de van oorsprong Syrische muzikant Ahmad Naffory een door hem geschreven lied .
Om vijf uur wordt het defilé geopend door:
Na de kopgroep opent het defilé door het presidium van de gemeenteraad Amsterdam gevolgd door nabestaanden van februaristakers, Gemeentes uit de Zaanstreek, ‘t Gooi, Kennemerland, Utrecht en overige gemeentes uit het land Vakbonden, jongerenorganisaties en maatschappelijke organisaties en iedereen die wil.
Het woord is nu eerst aan Sheila Sitalsing.
Namens het Comité Herdenking Februaristaking 1941 en het Gemeentebestuur van Amsterdam heet ik u welkom. Mijn naam is Jaïr Stranders en ik ben voorzitter van het comité.
We verzamelen ons hier ieder jaar op 25 februari rondom de Dokwerker ter nagedachtenis aan alle mensen die – vandaag 83 jaar geleden – de moed hadden om in verzet te komen tegen de nazi’s en tegen de onrechtmatige behandeling van hun Joodse stadgenoten. Vele Amsterdammers en de dag erna ook arbeiders in andere gemeenten, zoals Zaandam, Utrecht en Hilversum, staakten en kwamen in opstand in navolging van de moedige initiatiefnemers en organisatoren van de CPN.
De Februaristaking – zoals deze unieke massale opstand is gaan heten – was een grootse reactie op de eerste gewelddadige razzia op bijna 400 weerloze jonge Amsterdamse Joodse mannen het weekend ervoor, op en rond dit plein. Met deze razzia begon de daadwerkelijke vervolging van de 140.000 Nederlandse Joden; uiteindelijk werd het overgrote deel van hen vermoord. Ook Roma en Sinti, communisten, mensen uit het verzet en zij die onderduikers in huis namen werden in de oorlogsjaren vervolgd, vaak gevolgd door moord.
Het stelselmatig stigmatiseren van mensen in de samenleving om hun etniciteit, geloof, politieke voorkeur of seksuele geaardheid was een van de voedingsbodems voor de fascistische ideologie van het nationaalsocialisme, die in de jaren ’30 in ons buurland Duitsland en ook in andere Europese landen op kon komen en aan de macht kwam. Deze herdenking is naast het eren van de stakers van toen daarom ook een aansporing om waakzaam te blijven voor hedendaagse vormen van antisemitisme, intolerantie, uitsluiting en discriminatie.
Het belang hiervan gaat zeker ook de jonge generaties aan. Daarom besteedt het comité in verschillende projecten rondom deze herdenking hier aandacht aan: de voorstelling van vanmiddag door jonge danseressen uit Hoorn, de online graphic novel ‘De stad moet plat!’, lessen op Amsterdamse scholen in samenwerking met de School der Poëzie en de Rode Loper op School. Van dit laatste project zijn zojuist de zelfgemaakte alternatieve ‘Dokwerkertjes’ uitgedeeld waarmee straks de Dokwerker wordt omringd.
Dit jaar is er zowel buiten als binnen ons land veel gaande dat onze gemoederen bezighoudt, zeker ook vandaag. Een jaarlijkse herdenking als deze is dan ook – naast het eren van wie ere toekomt – een moment bij uitstek waarop wij als samenleving een vinger aan de pols van de tijd houden. Hoe is het gesteld met onze democratische rechtsstaat, met onze open en diverse samenleving, met ons eigen handelen?
De Februaristakingherdenking kent een turbulente politieke geschiedenis. Van wie was de staking? En wie werden er herdacht? Ook werden op dit plein tijdens deze herdenking protestborden en vlaggen getoond voor en tegen welke actuele zaak men streed. Het zal me door sommigen niet in dank afgenomen worden, maar eerlijk gezegd ben ik blij dat de laatste jaren dit vlagvertoon buiten de herdenking gehouden wordt. Want al staan velen van u hier zeker om politieke motieven en was de Februaristaking óók een politieke verzetsdaad, toch is dit jaarlijks samenzijn geen politieke demonstratie maar een herdenking. Om ons blijvend eraan te herinneren dat een open en pluriforme samenleving gestoeld is op recht en wet en niet op schijnbaar onwrikbare tegenstellingen aangewakkerd door de hardste schreeuwers.
De stakers van toen – arbeiders, kassières, studenten – hadden de moed en de rechtschapenheid in opstand te komen tegen een fascistisch en antidemocratisch regime, dat in dit land in de jaren na de staking pas in volledigheid zijn moorddadige tanden liet zien. Deze moed moesten velen met gevangenisstraf en sommigen met hun leven bekopen.
Afgelopen week herinnerde een oud Tweede Kamer-voorzitter mij eraan dat democratie niet iets is voor bange mensen; het vergt moed. Maar hoe toon je moed in deze tijden van polarisatie, populisme en dodelijk massaal geweld? Wat voor moed heeft onze samenleving nu nodig? Het is tegenwoordig voor velen vrij gemakkelijk en gebruikelijk om als vorm van activisme op sociale media en in het openbare leven mensen uit te sluiten, te cancelen, als de vijand weg te zetten, omdat ze er een andere politieke mening op na houden, of tot een andere groep in de samenleving behoren. Maar is dat niet ook een vorm van stelselmatig stigmatiseren?
Getuigt het in deze tijd niet van meer moed en rechtschapenheid om de nuance te zien, bruggen te bouwen en het moeilijke gesprek aan te gaan? Ik neem daarbij een voorbeeld aan de twee Amsterdamse raadsleden – Jood en moslim – die ondanks hun ogenschijnlijk onoverbrugbare meningsverschil over de oorlog in Gaza en Israël tegen de stroom in samen optrekken en scholen bezoeken om te pleiten voor tolerantie, voor dialoog en voor de zachte krachten.
We moeten elke dag weer pal staan voor de rechtsstaat, democratie en mensenrechten, in binnen- en buitenland. Deze zaken mogen niet vanzelfsprekend zijn. Maar in deze strijd mogen we de medemenselijkheid niet uit het oog verliezen. We moeten ons ervoor blijven inspannen de menselijkheid in de ander te herkennen en erkennen. Daarmee doen we de stakers van toen vandaag het meest recht.
Na mij spreekt de burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema. Vervolgens draagt Benjamin Fro een voor de gelegenheid geschreven tekst voor. Tot slot spreekt programmamaker en schrijver Johan Fretz.
Om vijf uur wordt het defilé geopend door:
Vandaag leggen voor het eerst ook de dochter en kleindochter van Simon Groen een krans, begeleid door historica Wally de Lange. Simon was één van de opgepakte Joden bij de razzia.
Na de kopgroep opent het defilé door het presidium van de gemeenteraad Amsterdam gevolgd door nabestaanden van februaristakers, Gemeentes uit de Zaanstreek, ‘t Gooi, Kennemerland, Utrecht en overige gemeentes uit het land, Vakbonden, jongerenorganisaties en maatschappelijke organisaties en iedereen die wil.
Het woord is nu eerst aan burgemeester Halsema.
Namens het Comité Herdenking Februaristaking 1941 en het Gemeentebestuur van Amsterdam heet ik u welkom. Mijn naam is Jaïr Stranders en ik ben voorzitter van het comité.
Vandaag 82 jaar geleden – Nederland was nog geen jaar bezet door de nazi’s – staakten vele Amsterdammers en de dag erna ook mensen in andere gemeenten, zoals Zaandam, Utrecht en Hilversum, in navolging van de moedige initiatiefnemers en organisatoren van de CPN. De staking was een grootse reactie op de eerste gewelddadige razzia op 389 weerloze jonge Amsterdamse Joodse mannen het weekend ervoor, op en rond dit plein. Hiermee begon de daadwerkelijke vervolging van de 140.000 Nederlandse Joden; uiteindelijk werd 75% van hen vermoord. Ook Roma en Sinti, communisten, mensen uit het verzet en zij die onderduikers in huis namen werden vervolgd, vaak gevolgd door moord.
Sinds 1946 komen mensen hier op 25 februari samen om de staking te herdenken; en vandaag dus ook, in groten getale. En dat zegt wat. Want zij die die dagen de stad plat legden – personeel van gemeentelijke diensten waaronder de tram, havenarbeiders, winkelpersoneel en HEMA-kassières, scholieren en vele anderen – deden dat uit solidariteit met hun stadgenoten, die onder lagen. Let wel, wat vaak vergeten of niet geloofd wordt; ook Joodse mensen maakten deel uit van de arbeidersbeweging en de CPN, ook zij staakten en zaten in het verzet. Zo kun je door deze buurt lopen met de app iWalk, die je vertelt over het Joods verzet in de stad.
Voor onze tijd is de Februaristaking een inspirerend en belangrijk signaal. Want solidariteit met hen die onrecht wordt aangedaan – in de wereld, in ons land, of in onze stad – is hard nodig, maar soms ver te zoeken. Wat doen we, als mensenrechten met voeten worden getreden? Als we in deze stad te maken hebben met intolerantie, extreem gedachtegoed of fascisme? Durven we het dan te benoemen? En zijn we als samenlevende burgers nog in staat elkaar te vinden in gezamenlijk verzet om recht af te dwingen bij groot onrecht? Komen we nog wel op voor iemand anders dan onszelf of dan voor ons eigen belang?
De nagedachtenis aan de stakers spoort ons aan deze vragen niet uit de weg te gaan. En deze vragen moeten, ná het bijbrengen van de onvoorstelbare en onweerlegbare feiten over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust, centraal staan bij het betrekken van jongeren en in lessen aan scholieren. Dat doet het Comité Herdenking Februaristaking 1941 in het onlangs ontwikkelde en gratis beschikbare educatieve programma van de online geïllustreerde vertelling ‘De stad moet plat!’. En het gebeurt bij de programma’s op Amsterdamse scholen van Oorlog in mijn buurt en de School der Poëzie, en bij basisschoolleerlingen uit Oost van De Rode Loper op School, die vandaag aan u zelfgemaakte alternatieve ‘Dokwerkertjes’ uitdelen waarmee u het beeld kunt omringen. En bij de jongeren van Theater Na de Dam en Meervaart Jong die net voor de herdenking hier om de hoek een voorstelling speelden over de Februaristaking, vrouwen in het verzet en Jacoba van Tongeren. Zij helpen zo met het leggen van de kransen.
Ja, we komen hier vandaag samen om stil te staan bij die daad van verzet van 82 jaar geleden, de enige van die omvang in bezet Europa. En nu de oudste generaties die de oorlog nog meemaakten uit ons midden verdwijnen, komen we hier ook meer en meer met de jonge generaties samen om ons te oefenen in waakzaamheid en om in beweging te komen.
We hebben in onze samenleving nog steeds te maken met discriminatie, racisme, antisemitisme. Soms verschuilt het zich in impliciete uitingen, maar steeds vaker manifesteert het zich openlijk: in geprojecteerde leuzen op de Erasmusbrug of het Anne Frank huis, en zelfs in debatten in de Tweede Kamer. Complot-denken heeft een grote aantrekkingskracht op groepen mensen en jongeren zijn hier extra vatbaar voor.
En een van de oorzaken van deze ontwikkelingen is juist dat de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog minder en minder een moreel ijkpunt vormt. Terwijl vrijheid niet alleen onder grote druk staat, maar op dit moment op verschillende plekken in de wereld met hand en tand verdedigd wordt. Laten ook wij dus blijven vechten voor een open, sociale en rechtvaardige samenleving.
Wat dat betreft roept de nagedachtenis van de Februaristakers ons nadrukkelijk op tot medemenselijkheid, tot moed en tot actie. Daarom staan wij hier.
Na mij spreekt de voorzitter van de FNV, Tuur Elzinga. Vervolgens draagt Roziena Salihu een voor de gelegenheid geschreven tekst voor en zingt Lucky Fonz III een voor de gelegenheid geschreven lied.
Om vijf uur wordt het defilé geopend door:
Daarna legt het presidium van de gemeenteraad Amsterdam bloemen gevolgd door nabestaanden van februaristakers, Gemeentes uit de Zaanstreek, ‘t Gooi, Kennemerland, Utrecht en overige gemeentes uit het land. Vakbonden, jongerenorganisaties en maatschappelijke organisaties en iedereen die wil.
Het woord is nu eerst aan Tuur Elzinga.