Toespraak Femke Halsema

Toespraak Femke Halsema

25 februari 2019

Goedemiddag,

Op 23 Februari kwam Willem Kraan, stratenmaker bij Publieke Werken, kwam met tranen in zijn ogen bij Piet Nak, zijn collega bij de Stadsreiniging en partijgenoot bij de CPN. Hij had net de razzia, hier op dit plein, gezien. 

“De boel moet plat” besloten ze. Ze zochten hun partijgenoten op en de volgende dag stonden er 300 arbeiders op de Noordermarkt.

De volgende dag,  25 februari, merkten de Amsterdammers dat de tram niet reed. Zij begrepen wat er aan de hand was want in de pamfletten die werden verspreid stond:

“Honderden jonge Joden werden met ruw geweld en volkomen willekeurig van de straat in arrestantenwagens gesmakt en weggevoerd naar een onbekend verschrikkingsoord.

[…] Werkend volk van Amsterdam, kunt gij dit dulden?, neen, duizendmaal neen !!! 

[…] Beseft de kracht van uw eensgezinde daad. ” 

Dat op die 25e februari zo snel, zo spontaan en zo massaal gestaakt zou worden verraste Kraan en Nak en maakte ook op Joodse Amsterdammers indruk.

Zo schreef de joodse Paula Berman twee dagen na de staking, op 27 februari 1941, in haar dagboek: 

“Plotseling waarschuwden mensen elkaar dat de tram niet meer ging, dat je vlug water moest tappen omdat alle arbeiders staakten tegen het lot van hun Joodse medemensen. In mijn hart was er ondanks angst en zorg een jubelstem die me zei dat je respect voor het Nederlandse volk moet hebben, omdat het aandurft zich tegen het Duitse leger te verzetten. Maar een pessimistische stem vroeg zich af: welke treurige gevolgen zal dit weer voor ons Joden hebben?

[…] “Vandaag moet alles weer zijn gewone gang gaan, maar twee dagen lang liet het volk zien hoe het was. Dat geeft toch een beetje moed en kracht.”

Paula Berman werd in 1944 verraden. In Bergen-Belsen sneed ze haar eigen polsen door. Zelfdoding, maar ook vermoord.  

We herdenken de Februaristaking niet omdat het lot van Joodse Amsterdammers erdoor veranderde: 60.000 stadgenoten werden vermoord.

Wij herdenking de staking ook niet als het bewijs van de kracht van onze stad. Daarvoor was er teveel verraad, medewerking en onverschilligheid. Voor, tijdens en na de oorlog.

Met de februaristaking denken we aan het fatsoen, de moed en het diepe mededogen van de stakers, gewone Amsterdamse arbeiders. Zij zijn het beste deel van onze historie, zij waren de Amsterdammers die wij willen zijn. 

Want zij stonden op tegen een bewapende, nietsontziende en door haat verteerde bezettingsmacht. 

Elk jaar, als de holocaust weer verder in het verleden komt te liggen, zijn er minder mensen die ons uit de eerste hand kunnen vertellen van die dag, die kunnen getuigen van de gruwelijkheid van de holocaust.   

En wij, Amsterdammers van na de oorlog, weten niet of we ooit – als we in die onverhoopte, vreselijke omstandigheden terechtkomen – deze zelfde moed, zoveel fatsoen, zulk mededogen aan de dag zullen leggen. 

De Dokwerker – deze kleine en onverzettelijke figuur – staat hier in zijn eentje als de staker van het eerste uur. Hij heeft geen naam gekregen – geen Piet Nak of Willem Kraan. Want hij staat niet alleen voor hen maar ook voor al die anonieme fabrieksarbeiders, winkelbediendes, leraren en conducteurs die die dag – met risico voor hun leven – het werk neerlegden en de straat op gingen.

Wij herdenken de staking als een voorbeeld van uitzonderlijke burgermoed. En ook als een aansporing om moedig zijn en op te staan – als het nodig is – tegen onrecht, tegen rassenhaat, tegen antisemitisme en discriminatie als die de kop opsteken en onze gemeenschap, onze stadgenoten bedreigen. 

Herdenking Februaristaking 2019