Verslag Herdenking 2010

Toespraak Geert Mak

‘Zo werd verzet uitgevonden…’

We schrijven het jaar 1938. Het is maart. De stad Wenen is net overgenomen door de nazi’s. Gitta Sereny, later een bekend historica, toen een meisje van veertien jaar oud, loopt met haar vriendin over straat. Overal hoort ze stemmen roepen: ‘Deutschland erwache! Juda verrecke!’ In een winkelstraat stuiten de meisjes op een paar mannen in bruine uniformen, omringd door een grote groep lachende Weense burgers. In het midden van de oploop zien ze een dozijn mannen en vrouwen van middelbare leeftijd op de knieën. Ze schrobben het plaveisel met tandenborstels. Een van de kruipende mannen herkent Gitta als de kinderarts die haar leven had gered toen ze vier was en difterie had. Het was zijn stem geweest die ze, uiteindelijk, had horen zeggen: ‘Sie wird leben’, ‘Ze zal leven’.

De twee meisjes kunnen zich, zo jong als ze zijn, niet inhouden. Ze lopen naar de mannen in het bruin en Gitta schreeuwt: ‘Hoe durven jullie! Jullie vernederen een groot dokter, een redder van levens!’ Haar vriendin begint ook: ‘Is dit wat jullie onze bevrijding noemen?’. De tranen lopen hen over de wangen.

En dan, vertelt Gitta Sereny in haar memoires, gebeurt er iets heel bijzonders: Binnen twee minuten is de honende groep verdwenen, de bruine wachters zijn weg, en ook de slachtoffers, de joodse “straatschrobbers”, zijn opgelost in de menigte. “Doe dat nooit meer,” zegt de dokter streng tegen de meisjes. “Dit is erg gevaarlijk!”‘ Hij zou de oorlog inderdaad niet overleven. Maar hij vergiste zich in één ding: wat die meisjes deden, dat ene ogenblik van totale driestheid, was wel degelijk van fundamenteel belang. Zo werd, en wordt, namelijk verzet uitgevonden.

Vandaag herdenken we een soortgelijk moment. De Februaristaking, hoewel razendsnel neergeslagen, ontleende zijn betekenis aan precies hetzelfde: de driestheid om tegen de heersende machten op te staan, het besef dat je bij onrecht niet weg mag kijken, de solidariteit met degenen die worden vernederd en uitgestoten, de morele kracht van het ‘Hoe durven jullie!’. Er waren Nederlanders die dat soort keuzes al eerder hadden gemaakt, er waren al scherpe protesten en gedurfde verzetsacties, zeker, maar begin 1941 waren veel burgers van dat altijd zo brave en rustige Nederland nog lang niet zover. Ze moesten, voor zichzelf en voor elkaar, het verzet nog helemaal uitvinden. Wat dat betreft betekende, in zijn massaliteit en eensgezindheid, de Februaristaking een definitief omslagpunt.
We staan hier, kortom, niet alleen vanwege deze staking, nu alweer bijna een mensenleeftijd geleden. We herdenken hier ook het breekpunt waarop Amsterdammers, en Zaankanters, en talloze anderen, de weg van het verzet vonden. En niet op basis van allerlei propaganda-akties, maar uit diepe, innerlijke overtuiging.
Verzet moet elke keer, door iedere generatie, in telkens andere omstandigheden, worden uitgevonden. De prijs kan heel hoog zijn. Maar verzetsloosheid heeft net zo goed consequenties, is net zo goed een keuze.

Recent onderzoek in het Amsterdamse Stadsarchief bracht bijvoorbeeld aan het licht dat de gemeentelijke diensthoofden tijdens de Februaristaking met grote nauwkeurigheid lijsten bijhielden van alle verzuimende stakers. Mede op basis van die lijsten zijn achteraf 4400 stakers veroordeeld, 70 zijn ontslagen, 22 gevangengenomen en 4 zelfs terechtgesteld. De ontslagen ambtenaren zaten zonder een cent, het werd zelfs streng verboden een collecte voor hen te organiseren. Nog maanden na de staking probeerden overijverige chefs en baasjes de identiteit van de stakers te achterhalen. Dat is de andere kant van het heldenverhaal.
De meeste van die ambtenaren en bestuurders waren geen nazi’s en al helemaal geen antisemieten, dat is het schokkende. Ze kenden echter slechts één wereld, die van hun huis van de macht, en die bleven ze verdedigen, ook al was iedere notie van recht en moraal verdwenen. En zonder blikken of blozen sloten ze, toen het hen zo uitkwam, een pact met degenen die geen enkele boodschap meer hadden aan de basisbeginselen van rechtsstaat en democratie.
Het Kwaad is geen toevallige samenloop van omstandigheden, maar een hardnekkige realiteit, waar we niet omheen kunnen,’ schreef de Brits-Poolse filosoof Leszek Kolakowski.

Dat gold in 1941, dat geldt tot de dag van vandaag, en daarom staan we hier. Die Kolakowski wist er zelf alles van, hij had in Polen alle lijden en rottigheid van de nazi- en Stalin-terreur aan den lijve meegemaakt. ‘Het duivelse is een deel van onze historisch ervaring als Europeanen, meende hij: ‘Onze generatie heeft genoeg gezien om deze boodschap uitermate serieus te nemen.’

Dat geldt ook voor ons, hier, nu, in 2010. Nee, de geschiedenis herhaalt zich nooit. Maar mensen bepalen uiteindelijk de geschiedenis, en daarom blijven bepaalde neigingen altijd weer opduiken: slaafsheid, gemakzucht, politiek opportunisme, woede, jaloezie, de vlucht in geloofsdogma’s en ideologieën, angst voor het vreemde. Maar ook: genereusheid, humaniteit, warmte, fatsoen, tolerantie, ja, en, nooit vergeten, solidariteit.
Gitta Sereny en haar vriendin, de Februaristakers, wij in deze tijd, we zullen telkens opnieuw het verzet moeten uitvinden.
We hebben een diepe waarde te verdedigen.

De vrijheid. De vrijheid van angst.