Amsterdam

Gedenktekens Amsterdam

amst_wap

Februaristakingvlag teruggevonden

,,Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig’’. Velen kennen wel dit devies in het stadswapen van Amsterdam. Maar hoe velen weten dat Amsterdam dit devies te danken heeft aan de Februaristaking?

Het devies werd de hoofdstad in 1946 toegekend door de toenmalige koningin Wilhelmina als blijk van Koninklijke waardering voor het verzet van de Amsterdammers tegen de Jodenvervolging tijdens de Februaristaking in 1941 en ter nagedachtenis daaraan. Voor de officiële inzegening van dit devies gaf de koningin Pam Reuter opdracht een enorme, vijf meter brede en 3,5 meter hoge vlag te ontwerpen met daarop het wapen van Amsterdam en het nieuwe stadsdevies. Baukje Jelles, lerares naaldvakken aan de Eerste Industrieschool voor vrouwelijke jeugd, maakte de vlag, samen met een groep leerlingen. Op 17 december 1947 werd de vlag, na een plechtige ceremonie in de Nieuwe Kerk en in aanwezigheid van een toegestroomde mensenmassa, op het toenmalige plantsoen op de Dam gehesen.

Koningin Wilhelmina voltrok de plechtigheid: ,,Mogen de woorden aan het Amsterdamse wapen toegevoegd tot in de lengte van dagen levend houden de herinnering aan uw strijd, volgehouden ten koste van mateloze offers, gedurende lange jaren, tot de uiteindelijke overwinning. Moge de bevolking van Amsterdam uit deze herinnering telkens opnieuw de kracht putten om pal te staan voor vrijheid, gerechtigheid en menselijkheid, om der wille waarvan men zich toen tegen de overweldigende macht heeft te weer gesteld.’’

In het vervolg werd bij elke jaarlijkse herdenking van de Februaristaking 1941 de speciale Februaristakingvlag gehesen. In de loop van de tijd begon de vlag echter te slijten. Er werd besloten een kopie te maken. De originele vlag verdween helemaal van het toneel.

Totdat het Amsterdams Historisch Museum in 2008 met een groep vrijwilligers ging werken aan de conservering van zijn collectie textiel. Kunsthistorica Vimal Korstjens maakte deel uit van dit team. Zij was al jaren fanatiek op zoek naar de verloren gewaande, originele Februaristakingvlag. Tijdens de conserveringsactiviteiten werd een enorme vlag ontrold die veel overeenkomsten vertoonde met de haar bekende beschrijving. De originele Februaristakingvlag bleek in 1976 zonder veel uitleg door het stadhuis uit het vlaggendepot te zijn overgedragen aan het museum en was als gevolg daarvan zonder duiding in het depot van het museum opgeborgen. Het museum kon de vlag in februari 2009 weer presenteren.

Vooralsnog is de vlag overigens weer in het museum opgeborgen, zorgvuldig gewikkeld in zuurvrij museumpapier om het behoud te garanderen. Het Amsterdams Historisch Museum hoopt nog eens in de gelegenheid te komen de originele Februaristakingvlag te kunnen exposeren. De grote oppervlakte van de vlag maakt dat in de huidige omstandigheden onmogelijk.

 

 

De Dokwerker
Het monument de Dokwerker is ontworpen en gemaakt door de beeldhouwer Mari Andriessen. Hij maakte het beeld in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur ter nagedachtenis van de Februaristaking 1941. In 1951 kreeg Andriessen het idee om Willem Ter Metz te vragen om voor zijn beeld te poseren. Ter Metz was een Haarlemse timmerman en aannemer die Andriessen al geruime tijd voor de oorlog kende. Vermoedelijk zaten ze ook samen in het verzet.
De zware soepele lichaamsbouw van Ter Metz had waarschijnlijk de uitstraling die Andriessen voor zijn beeld zocht. Ter Metz stond niet te trappelen om mee te werken aan het project van Andriessen. Niet omdat hij de beeldhouwer niet wilde helpen, maar omdat de Februaristaking voor hem iets heiligs was en hij niet overtuigd was van de noodzaak dat er een beeld van moest worden gemaakt. Uiteindelijk was het Godfried Bomans die hem overhaalde wel te poseren. Na verschillende ontwerpen zou de definitieve versie in een gipsmodel medio 1951 klaar zijn. Het werd een jaar later. De Dokwerker is in een Parijse gieterij gegoten.
Door foto’s wordt het beeld in de pers bekend. Op 28 maart 1952 schrijft het Haarlems Dagblad: ” Mari Andriessen heeft ter symbolisering van de staking een gewone dokwerker genomen en geenszins een geïdealiseerde arbeider. Dat is de eerste keer dat het woord ‘dokwerker’ is genoemd. Het is ook bijna zeker dat het woord van Andriessen zelf afkomstig is. De Dokwerker wordt door iedereen met veel enthousiasme onthaald. Koningin Juliana onthulde het in december 1952 en sindsdien is het beeld de centrale plek van de herdenking. De Dokwerker heeft niet altijd op de plek gestaan waar hij nu staat. In het begin stond hij met zijn armen gestrekt naar het Waterlooplein . In 1970 is het beeld verplaatst richting de synagoge vanwege werkzaamheden aan de metro.
De keuze voor het Jonas Daniël Meijerplein heeft te maken met de razzia’s van 1941, maar ook met de onzekerheid, vlak na de oorlog, over hoe de jodenbuurt zou worden opgeknapt. En met de plannen om aan het Waterlooplein een nieuw stadhuis te bouwen.
Het monument is niet alleen de centrale plaats van de herdenking van de Februaristaking, het is ook een aantal keren het begin of eindpunt geweest van demonstraties tegen racisme.
De Dokwerker is door de Amsterdamse Rosj Pinaschool geadopteerd.

Mari Andriessen
Mari Andriessen heeft in eigen bewoordingen gereageerd op de waardering, die hem deelgenoot is geworden voor het ontwerpen en maken van de Dokwerker. In 1972 zei Andriessen hierover:
“En die Dokwerker, dacht ik dikwijls, ja waarom is dat nou zo’n succes? En ik herinner me dat ik die tijd toen de Dokwerker geplaatst was in café Keijzer naast het Concertgebouw kwam, daar zat Bloem en toen zeg ik tegen Bloem, zeg, ik geloof dat ik enigszins beroemd word. En toen zei hij,nou, beste jongen, je verdient het. Ja, maar hoe komt dat nou? Moet jij mij eens uitleggen waar hem dat nou in zit. En toen zei Bloem na een hele tijd van nadenken: “Kijk , ik geloof dat het daarin zit dat je op een bepaald ogenblik iets zegt, dat op dat bepaalde ogenblik gezegd moet worden. ” En ik geloof ook dat dat werkelijk het geheim ervan is, want dat beeld is voor mijn gevoel helemaal niet beter dan een ander beeld, maar daar straalt blijkbaar iets van uit, zeker in die tijd – want dat is nu allemaal weer een beetje vergeten – dat toen op een of andere wijze de mensen aansprak. Want ik herinner me dat ik, niet zo lang nadat het beeld onthuld was, in een cafeetje daar in de buurt met een vriend kwam en toen hadden we het over dat beeld en toen zei die man achter de toonbank: “Heb jij dat beeld gemaakt?” Toen zei ik: “Ja.” Hij zei: “Drink eens uit, je kunt net zoveel borreltjes drinken als je wilt.” En dat is een veel aardiger succes dan een eigenwijs artikel in een krant. Ik heb het dikwijls gemerkt dat arbeiders en zo van dat beeld houden en daar blijkbaar een soort bevrijding in vinden, dat dat gemaakt is. En waar hem dat nou in zit, ik geloof niet in de esthestische kwaliteiten, maar in iets anders. Ik heb er dikwijls over nagedacht, maar ik kan het niet vinden.”


Andere gedenktekens

Er zijn in Amsterdam nog een aantal andere gedenktekens die belangrijke momenten in de aanloop tot de staking in herinnering roepen. Zo is aan de gevel van de Noorderkerk op de Noordermarkt een plaquette aangebracht. Op die plek werd op de vooravond van de staking een openluchtbijeenkomst gehouden. Gemeentearbeiders van de tram, stadsreiniging en publieke werken waren aanwezig. De plaquette werd in 1976 door de toenmalige Amsterdamse wethouder Harry Verhey onthuld. Op het gedenkteken staat de volgende tekst:

MAANDAG 24 FEBRUARI 1941,
‘S AVONDS OM 6 UUR,
SPRAKEN LEDEN VAN DE TOEN VERBODEN
COMMUNISTISCHE PARTIJ VAN NEDERLAND
HIER 250 MEDEBURGERS TOE.
ZIJ RIEPEN OP TOT EEN PROTESTSTAKING
TEGEN HET WEGVOEREN VAN 400 JOODSE
AMSTERDAMMERS DOOR DE DUITSE BEZETTER.
DE VOLGENDE OCHTEND BRAK
DE FEBRUARISTAKING UIT.

Een plaquette aan de muur van ijssalon Koco herrinert eveneens aan de februaridagen. De ijssalon in de Van Woustraat was in 1941 doelwit van de Duitse politie. Aan de gevel op nummer 149 (waar Koco indertijd gevestigd was) is enkele jaren geleden door de stadsdeelraad een plaquette aangebracht met de volgende tekst:

Woensdag 19 februari 1941
Hier was gevestigd ijssalon Koco. Eigenaren waren de Duits-joodse vluchtelingen E. Cahn en A. Kohn. Zij vormden samen met vaste bezoekers de knokploeg, die zich op 19 februari 1941 daadwerkelijk heeft verzet tegen de Duitse bezetter.
Cahn werd daarop gearresteerd en als eerste in Nederland terechtgesteld.
Deze gebeurtenis werd gevolgd door grote razzia’s op 22 en 23 februari onder joodse Amsterdammers. Deze waren mede de aanleiding voor de februaristaking die op 25 februari 1941 uitbrak, als massaal protest tegen de jodenvervolging.
Gedenk de strijd tegen het nazisme en fascisme!