Toespraak Marjan Schwegmann

Weten en willen weten – toespraak door Marjan Schwegmann

 

Vandaag is het 73 jaar geleden dat er een stakingsgolf door Amsterdam en omstreken ging. Van havenarbeiders tot kantoorbedienden, van Bijenkorfmeisjes tot huisvrouwen die bakkers dwongen hun winkels te sluiten, allemaal protesteerden ze tegen de onmenselijke behandeling van Joodse stadgenoten door het nationaalsocialistische regime. Waarom is het de moeite waard om daar vandaag opnieuw bij stil te staan?
Naar aanleiding van het boek van Bart van der Boom over Nederlanders en de Holocaust heeft er een discussie gewoed over de vraag of Nederlanders wisten dat de Joden werden uitgeroeid. Als zij dat geweten hadden, zo stelt Van der Boom, zouden meer mensen in verzet zijn gekomen. Welnu, de Februaristaking laat zien dat het voor verzet niet nodig was om te weten dat de Joden zouden worden vernietigd. Wat de vlam in de pan deed slaan was niet zozeer een voorgevoel van het toen nog onbekende lot van de Joden. Nee, het was het zien van de openlijke discriminatie, de vernederingen en mishandelingen op straat. Zij die hier getuigen van waren, vertelden het door aan iedereen die het wilde weten. Weten leidde tot actie, tot staken. 
Waarom toen wel? Waarom was dit later, toen de deportaties in volle gang waren, kennelijk anders? Toen de verwijdering van de Joden uit de Nederlandse samenleving zich daadwerkelijk voltrok was er immers geen sprake meer van protesten zoals de Februaristaking. Er was wel stil, verborgen verzet, maar er waren geen openlijke betuigingen van solidariteit. Dat zulke protestacties wel degelijk mogelijk waren, bewijst de stakingsgolf van de lente van 1943. Deze was niet bedoeld als steunbetuiging aan de Joden, maar gericht tegen het wegvoeren van Nederlandse militairen in krijgsgevangenschap, tegen de verplichting voor studenten om een loyaliteitsverklaring te tekenen en tegen andere maatregelen die leidden tot uitbreiding van het aantal dwangarbeiders in Duitsland.
Abram de Swaan zei naar aanleiding van zijn nieuwe boek over ‘genocidale regimes en hun daders’ dat een genocide wordt voorbereid door bewust een tweedeling in de samenleving te creëren tussen ‘wij’ en ‘zij’. Die tweedeling bepaalt met wie je wel of niet omgaat. Ook wordt er een mechanisme in gang gezet dat bepaalt wat je op een gegeven moment weet en wat je niet wilt weten. Er ontstaat een soort overeenstemming tussen wat maatschappelijk verzwegen wordt en datgene waar je als privépersoon niet over nadenkt. En precies dat mechanisme, aldus De Swaan, is een belangrijke factor bij het mogelijk maken van een genocide.
De mensen die in februari 1941 in verzet kwamen deden dit om hun Joodse stadgenoten te laten zien dat zij zich hun lot aantrokken. De scheiding tussen ‘wij’ en ‘zij’ was dus nog geen feit; Joden werden openlijk bestempeld als medeburgers. Dat maakt de Februaristaking tot zo’n unieke gebeurtenis. Uniek en aangrijpend, omdat wij met alles dat wij nu weten kunnen zien dat daarna een niet te keren proces op gang kwam van verdere uitsluiting en vernietiging.   
Laten wij daarom dit moment, deze gebeurtenis vasthouden. Als het creëren van een tweedeling uiteindelijk vernietiging van mensen mogelijk maakt, dan is het zaak ons juist van dat mechanisme bewust te zijn. Waarom maakt de slavernijfilm ‘12 Years a Slave’ zo veel indruk? Omdat die laat zien hoe een vrij man, een normaal lid van de gemeenschap, plotseling een outcast wordt en al zijn rechten verliest. Nog steeds grijpt het mij het meeste aan als ik lees dat kinderen opeens een leeg bankje in de klas zagen, omdat een klasgenootje van wie ze niet eens beseften dat het Joods was, op een dag niet meer op school kwam. Dergelijke geschiedenissen verliezen nooit hun onheilspellende lading, ze blijven resoneren in het heden. Daarom kunnen wij niet anders dan stil blijven staan bij de Februaristaking, om te laten zien dat wij willen weten, dat wij ons verzetten tegen tweedelingen.