Toespraak Joke Koningh 2014

Toespraak Joke Koningh

Namens het Comité Herdenking Februaristaking 1941 en het gemeentebestuur van Amsterdam heet ik u welkom bij de herdenking van de Februaristaking van 1941.

Op 25 februari 1941 staakten Amsterdammers  uit protest dat hun Joodse medeburgers door de Duitse bezetter uit hun huizen werden gehaald, op straat afgeranseld en vernederd werden en hier op het Jonas Daniël Meijerplein verzameld en afgevoerd werden naar concentratiekampen.

Men realiseerde zich dat je bij onrecht niet mag wegkijken maar in verzet moet

komen. Dat je je moet verzetten wanneer in een democratische maatschappij mensen worden afgevoerd, vermoord of om welke reden dan ook worden gediscrimineerd.

Men was toen in 1941 solidair  met degenen die aangetast werden in hun bestaansrecht. Dit is iets om niet te vergeten, solidariteit is niet iets van toen, nee, solidariteit is ook nu nodig.

De Februaristaking staat symbool voor solidariteit en opkomen voor je medemens wanneer dat nodig is.

We staan hier omdat het belangrijk is om in ieder geval een keer per jaar stil te staan en met elkaar na te denken wat er gebeurd is en wat wij daarvan kunnen leren.

We staan hier ook omdat we willen laten zien dat het belangrijk is om je te weer te stellen tegen uitingen van elke vorm van discriminatie. We laten zien dat ondanks verschillen in politieke opvattingen en verschillen in geloof we in staat zijn gezamenlijk te vechten en op te komen voor een samenleving waar democratische waarden de basis vormen.

Om vijf uur, bij het luiden van de klokken van de Mozes en Aäronkerk wordt het defilé geopend door de vertegenwoordigers van het Comité Herdenking Februaristaking 1941, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, vertegenwoordigers van het verzet het COVVS, een vertegenwoordiger van de ministerraad, de ambassadeur van Israël, de loco-commissaris van de koning van Noord Holland  en het dagelijks bestuur van Stadsdeel Centrum.

Daarna zullen bloemen worden gelegd door oud stakers, de gemeenteraad van Amsterdam, gemeentes uit de Zaanstreek, ’t Gooi, Kennemerland en Utrecht en overige gemeentes uit het land, de stadsdelen, kampcomités, politieke partijen, vakbonden, jongerenorganisaties, bedrijven waar gestaakt werd en maatschappelijke organisaties.